Het woord is aan: Marianne van Ginhoven

Door: Seb Visser Categorie: Actueel, Archief, Nieuws 2021
Marianne van Ginhoven was één van de eerste Nederlandse werpsters die de Amerikaanse stijl van werpen overnam. Daarmee wist zij ook als één van de eerste Amerika mee te verslaan. (Op de foto zie je overigens niet van Ginhoven)

Tekst: Herman Hiemstra

Marianne van Ginhoven (1946) maakte van 1968 tot 1978 deel uit van het Nederlands damessoftbalteam. Zij smaakte het genoegen om als winnende werper een interland met het onoverwinnelijk geachte Amerika af te sluiten (1-0) en maakte de wereldkampioenschappen van 1974 en 1978 mee.  In het WK van 1974 leverde het ‘kleine’ Nederland een topprestatie door tussen alle grote landen op een keurige zesde plek in de eindrangschikking te eindigen.

In de Nederlandse competitie speelde zij achtereenvolgens voor Sec Fliers (Soest), UVV, HHC (het latere Sparks) en EDO. Met HHC veroverde zij twee landstitels. Ook werd zij tweemaal uitgeroepen tot beste pitcher van de Nederlandse competitie.

Een andere niet minder belangrijke reden voor haar bekendheid is dat Van Ginhoven als eerste werpster in de Nederlandse softbalcompetitie op de Amerikaanse manier ging pitchen.

Marianne van Ginhoven volgt het softbal tegenwoordig minder

Volg je het softbal nog actief?

“Nee, die tijd is geweest. Als er een interland op het programma staat, dan probeer ik wel te gaan kijken. Maar dat is echt het enige. Vroeger bestond mijn leven voor een belangrijk deel uit softbal. Maar nu zijn er andere zaken in het leven die de aandacht vereisen.”

Wat is er in jouw ogen het meeste veranderd in het softbal?

“Op het veld de snelheid. Naast het veld de publieke belangstelling. In mijn tijd – zeker bij HHC – was er bij competitiewedstrijden altijd veel publiek, dat ook geweldig meeleefde. Dat zie je tegenwoordig niet meer. Bij competitiewedstrijden tegenwoordig mag je blij zijn als er 100 mensen langs de kant staan. Dat is jammer.
Net als bij het honkbal, is er bij interlands of bij toernooien gelukkig wel meer publieke belangstelling.”

Van wie heb je het meeste geleerd in je loopbaan?

“Van Wim van Sorge. Hij is degene geweest die mij van allrounder (ik heb alle veldposities gespeeld, behalve catcher) omvormde tot pitcher. Toen ik m’n best deed om de basisbeginselen onder de knie te krijgen, had hij, voor het gevoel voor richting, een hooischelf neergelegd. Daar moest ik op gooien. Je raadt het natuurlijk al… de eerste ballen gingen er fors overheen. Daarna is het gelukkig allemaal goed gekomen.”

Wat is de mooiste wedstrijd die je ooit hebt gespeeld?

“In het begin van mijn interlandcarrière troffen wij het nationale team van de Verenigde Staten. Dat was in een tijd dat zij met speels gemak iedere tegenstander versloegen. Zo immens groot was het krachtsverschil. Maar deze keer lagen de krachtsverhoudingen anders. Daar zal ongetwijfeld de factor geluk ook bij hebben meegespeeld, maar wij kwamen op voorsprong (1-0) en hielden dat vast. Toen de laatste nul werd gemaakt, viel er een last van mijn schouders. Dat kan ik je wel zeggen.” Heel lang was het de enige keer dat Nederland erin slaagde het grote Amerika te kloppen.

Reageren op dit artikel? Stuur een bericht via het contactformulier.

Trefwoorden:

Verwante artikelen